Over ons pand

Hotel Grand Canal kent een lange en afwisselende geschiedenis, onder andere als woning, bier brouwerij en sigaren fabriek, maar is sinds 1995 een 3* familie hotel.

1565 – 1609

Rond 1565 is het pand gebouwd door Pieter Pieters  Sasbout naar wie het huis ook is genoemd “Huis Sasbout”. Meneer Sasbout was toen der tijd de burgermeester van delft , bierbrouwer,  maar ook de stichter van het hofje van gratie. Toen meneer overleed in 1575 liet hij het pand na aan zijn dochter Sijtge.

Het pand is ooit een dubbelhuis geweest . Volgens de kaart van Blaeu zou er vroeger een uitkijktorentje opgezeten hebben, waarbij men de omgeving kon overzien. Het huis ernaast is afgebroken in 1840 om een ingang te creëren naar de militaire werkplaats.

Na het overlijden van de brouwer Pieter Sasbout in 1575 kwam het pand in het bezit van zijn erven. Onder andere zijn dochter Sijtge Sasbout. Uit een belastingregister blijkt dat het pand verhuurd werd voor 110,00 gulden per jaar aan Jacob Huichz.  Vervolgens is het pand verkocht geweest aan Antwerpse gevluchte lakenkoopman Jacques Schot. Diens weduwe heeft het pand toen verkocht in 1593 aan Arent Jansz, De Ouwe en Pieter Anthonisz v.d. Heuvel.
Uit het haardstedenregister van 1600 blijkt dat het grote pand , met 15 stookplaatsen inmiddels was opgedeeld in 3 delen.
In één daarvan , vermoedelijk het nu nog bestaande huis op de hoek van de breestraat ,woonde havenmeester Pieter Anthonisz v.d. Heuvel. Het tweede deel werd door Arent Jansz bewoond de ouwe verhuurde het aan een zekere Adriaen Cherlippis
Arent Jansz was zelf de ouwe bierbrouwer van brouwerij ”de Starre” aan de overzijde van de Oude Delft tegen over het oude legermuseum.
Het derde deel van het pand dat zich in het midden van de straat bevond, behoorde nog toe aan Sijtge Sasbout. Dit derde deel werd later rond de 1700 “Die cleijne wereld” genoemd.
Zij was getrouwd met Pieter Opmeer. Deze man was een bekende intellectueel in Delft, die tijdens de opstand tegen Spanje met vrouw en kinderen naar de zuidelijke streken vluchten.

1609 – 1663

in 1609 verkocht Pieter Anthonisz  vd Heuvel zijn deel aan Jan Cornelisz van Leijden. Deze verkocht het op last van schuldeisers aan lakenkoopman Daniel Cosson. In deze koopakte wordt voor de eerste en enige keer voor dit pand de naam “Die Weerelt” gebruikt. Hij betaalde hiervoor 4.500 gulden. Op 31 maart 1631 werd door de gemeente een overeenkomst gesloten met de compagnie van Amsterdamse lakenhandelaren om in Delft lakens te vervaardingen.
In 1638  liep deze hele operatie uit op een fiasco waarna hij gebroken heeft met de lakenhandelaren.
Als in 1643 zijn vrouw overlijd hertrouwt hij in 1645 met de weduwe Pieternella van Bleyswijck. Na haar overlijden erft meester Hugo van Bleyswijck in 1663 het pand aan de Breestraat.

1672 – 1793

Hugo van Bleyswijk werd lid van het stadsbestuur de veertigraad in het rampjaar 1672.
In dat jaar toen ook de fransen holland binnenvielen greep de stadhouder willem de 3e de macht. Daarbij werd kennelijk ook Hugo vervangen . Tot zijn overlijden in 1682 heeft hij de functie van schepen uitgeoefend.
Vervolgens heeft hij het nagelaten aan Maria van Muijlwijck , zei overleed in 1716.
In 1732 kwam het pand via vererving in het bezit van Johan Gael en nazaten. Behalve dat hij de eigenaar was van dit pand was hij ook jaren lang burgermeester van Delft. Toen de familie van Gael dit pand bezat werd het door huurders bewoond.
In 1793 verkochten de ervan Gael de woning aan Cornelis van Duijn, die verkocht het al snel weer door aan Francois Beeldsnijder.

De inboedelbeschrijving van toen zag er als volgt uit:
Op de begaande grond kende het huis een lange gang en waar drie kamers en een keuken op uit kwamen. De keuken gaf op zijn beurt weer toegang tot ene plaatsje waar een tweetal hoenderhokken en een oude viskorf stonden. De eerste verdieping telde naast een doorgaande gang een vijftal kamers en op de tweede verdieping trof men een comptoire aan van de overledenen.
Na zijn overlijden word het pand nagelaten aan mevrouw Anna Susanna Bagelaar.
Na het overlijden van mevrouw Bagelaar werden haar bezittingen verdeeld over de overlevende.
Miennette Storm-van Chijs kreeg de woning aan de breedsteeg toegewezen. De familie van de Chijs bleef tot 1908 eigenaar van het huis. Het huis werd gedeeltelijk door hun zelf en door huurders bewoond. Tenslotte werd het huis gebruikt als magazijn en opslagplaats voor van der Chijs Handels maatschappij.

1836 – 1913

Vanaf 1836 werd het huis verhuurd. Een bonte reeks huurders volgde elkaar op. In 1878 is het pand verkocht aan mevrouw haar neef Jacobus jr. van der Chijs. Nadat de laatste huurders in 1891het pand heeft verlaten  is het een opslagmagazijn geworden en later heeft N.V van der Chijs zijn Handelsmaatschappij gevestigd. Na zijn overlijden gaat het huis in 1896 bij vererving over naar zijn zoon jacobus v.d. Chijs Jr.
De Firma van der Chijs handelde voornamelijk in tabak en thee, doch in 1908 namen ze een hypotheek op het pand met de bedoeling er een sigaretten fabriek van te maken.
Samen met Frederick Hillen ging hij een compagnieschap aan tot het fabriceren van gebaks-en theeproducten. Er werden verschillende vergunningen aangevraagd en in 1907 en 1908 werden er ingrijpende verbouwingen aan de voorgevel, ingang en pakhuis uitgevoerd.
In 1910 bracht de firma in de lange zijgevel een nieuw deurkozijn aan . Binnen werden er gasmotoren van 4pk opgesteld en in 1913 kwamen er drie elektromotoren bij.

1916 – 1961

Vanaf 1916 opereerde de tabaksfabriek onder de naam “Chapchal Fréres “een oorsprong Russisch bedrijf met vestegingen  in st Petersburg en Parijs.
Pas in 1921 wordt de firma officieel vernoemd in de Nederlandse Staatscourant met als oprichtdatum 22-02-1921. De firma verbouwt het pand tot een echt fabriekspand met werkvloeren en productie afdelingen. Ook tijdens de oorlog blijft de fabriek in bedrijf. In die tijd wordt er een Duitse man aangesteld als bestuurder van de fabriek. Na de teruggang in de tabaksindustrie gedurende jaren 50 word op 27-09-1961 de tabaksfabriek opgeheven.
Op 16-03-1955 werd een bronzen plaquette onthuld van A.M.M. Storm-V.d.Chijs aan haar geboorte-woonhuis breestraat 1. Het werd gemaakt door kunstenaar Marian Gobius , doch tijdens een verbouwing bleek de plaquette spoorloos te zijn verdwenen . Doordat de bekende Delftse fotograaf Rene vd Krogt in 1983 een goede foto had gemaakt kon men na de dood van de kunstenares toch een tweede plaat laten maken. Dit werd gedaan door mevrouw Els Benjamins.

Dit plaquette hangt sinds 1999 weer op de prominente plek van de gevel.

1963 – 1969

Nadat de sigarettenfabriek definitief de poorten had gesloten nam TNO het pand over en vestigde zijn afdeling gewapende kunstvezel.
Na elke jaren het pand zodanig gebruikt te hebben ontstond er op 1967 brand op de zolderverdieping. De vlammen sloegen meters hoog uit de zolder die ook totaal afbranden.
Door het vuur met drie waterkannonen te lijf te gaan kon de brandweer de spectaculaire brand beperken tot de zolder. En wisten ze te voorkomen dat volle gasflessen en chemicaliën die daar lagen op geslagen vlam te vatten .
De lagere verdiepingen liepen enorm veel waterschade op en de bovenverdieping werd door de brand verwoest.
Na deze ramp was er slechts een armzaling skelet over van het imposante gebouw.

Voorkant en zijkant in 1965

1969 – 1991

Eind 1969 werd het pand ( die in slechte toestand verkeerde) door de gemeente overgenomen  om twee afdelingen van de dienst openbare werken, de civiele dienst en de dienst plantsoenen in onder te brengen. Nadat  de directeur openbare werken een aanbesteding uitschrijft reageren er een zeventaal aannemers met interesse in de klus.
Uiteindelijk was het aan de firma van der berg/van der Klis BV om  de opdracht te realiseren en het pand en de voorgevel weer in de oude situatie te reconstrueren .Voor de tekeningen etc. van het pand te verkrijgen wordt er contact opgenomen met familie van mevrouw van der Chijs die in London woont.
Tenslotte wordt de verbouwing uitgevoerd en het vernieuwde pand wordt opgeleverd in 1971.
Al snel komen ze erachter dat het pand te klein is om alle diensten onder te brengen en verplaatsen de afdeling plantsoenendienst naar een andere locatie.
tot 1991 zal de dienst daar gevestigd blijven totdat het nieuwbouw pand aan de staalweg klaar is . Op 30-09-1991 wordt het pand verkocht aan de heer E.J. Wubben .

Vervolgens is er een reeks aan nieuwe eigenaren die het pand kort in bezit hebben :
–  Fa E.J wubben , een advisering & specialistisch bedrijf voor onderzoek en zakelijk dienstverlening.
– Fa A Van Tol Beheer , actief in de branche van handel en ontroerend goed.
– de gemeentelijke instelling Marlot in 1994 de eigenaar, administratie sociale werkvoorziening.

1995 – tot op heden

31-03-1995 vestigen wij ons, Hotel Grand Canal.
De eigenaar kocht dit pand en heeft het toen totaal gestript aan de binnenkant. Als eerst zijn er 4 kamers op de begane grond gerealiseerd. Vervolgens kwam de eerste verdieping erbij en nog een tijd later pas de tweede verdieping nu beschikt het hotel over 18 knusse kamers allemaal aan de gracht kant. Sinds 2014  is er veel veranderd en gerenoveerd. Alle kamers hebben een renovatie ondergaan en de gemeenschappelijke ruimtes zijn ook aan de beurt geweest. De grootste renovaties hebben we gehad maar met een oud pand als dit is er altijd wel iets op te knappen .